Belgische (Vlaamse) Voetbal termen



De Belgische voetbal termen zijn:
Aflegger
assist / voorzet

Binnen! 
doelpunt

Deviëren
van richting veranderen

Draagberrie
brancard

Ei zo na
op een haar na

Egelstellling
defensieve stellingen

Fluks
vlug

In de herneming
in de rebound

Kadreren
tussen de palen

Een geel karton
een gele kaart

Klimt op voorsprong 
komt op voorsprong

Van kortbij
van dichtbij

Mankende
mank lopend

Match
wedstrijd

Milderen
iets terugdoen voor

Onrechtstreekse vrije trap
indirecte vrije trap

Op verplaatsing
uitwedstrijd

Opwarming
warming-up

Owngoal
eigen doelpunt

Portier
doelman

Ref
scheidsrechter/ arbiter

De staak 
de paal

Straf
mooi/ knap

In één tijd
direct / in één keer

Winning goal
winnende goal